Faillissement

Emerges-BV-Bedrijf-in-moeilijkheden-insolventie-advies-juridisch-advies-werkkapitaal-dreigend-faillissement17
Faillissement wordt door de Faillissementswet omschreven als “de toestand te hebben opgehouden met betalen”. Niet is vereist dat je niet meer KAN betalen, maar de toestand dat je HEBT OPGEHOUDEN met betalen. Hiermee is meteen een wijd verbreid misverstand uit de wereld, dat voor faillissement betalingsonmacht nodig is. Een financieel kerngezond bedrijf dat opeisbare schulden (zonder geldige reden, anders waren ze niet opeisbaar) onbetaald laat, kan in staat van faillissement verklaard worden.

Van faillissement is pas sprake nadat de rechtbank het faillissement heeft uitgesproken.

De rechtbank kan het faillissement uitspreken:

– op aanvraag van de schuldenaar/failliet zelf
– op aanvraag van schuldeisers (minimaal 2, de aanvrager en een ander met een zogenaamde steunvordering)
– op aanvraag van het Openbaar Ministerie

Gevolg van faillietverklaring

Het faillissement is een algemeen beslag op het gehele vermogen van de failliet. Door het faillissement vervallen alle eerder gelegde beslagen. Dat is goed om te weten als schuldeiser.

De rechtbank stelt een curator aan, die het beheer van de boedel (het vermogen van de failliet) overneemt. Je kunt dus als failliet bijvoorbeeld niet meer je eigen auto verkopen zonder medewerking van de curator. Dit is omdat de curator het belang moet dienen van alle schuldeisers; hij moet de boedel beheren en vereffenen.

Banken

Banken hebben vaak zekerheidsrechten bedongen, en dan in het bijzonder pand- en hypotheekrechten. De bank haalt dan die verpande of verhypothekeerde activa uit de boedel, zonder daarvoor de curator nodig te hebben. Deze activa kan zij behouden of verkopen, en de opbrengst geheel ten gunste van haar eigen vordering laten komen. Daarom zijn pandrechten en hypotheekrechten zulke sterke zekerheidsrechten, en daarom halen banken meer terug uit faillissementen dan “gewone” oftewel concurrente schuldeisers. Daarnaast hebben zij vaak garanties van anderen bedongen.

Gevolgen voor (overige) schuldeisers

Als schuldeiser kun je geen maatregelen meer nemen om je vordering op de boedel te incasseren. Je moet afwachten totdat de curator de activa van de boedel te gelde heeft gemaakt, waarna hij uit de opbrengst de schuldeisers kan voldoen. In de praktijk blijft er voor de “gewone” schuldeisers gemiddeld 5% van hun vordering over, oftewel zij krijgen gemiddeld “maar” 5% van hun vordering betaald, maar heel vaak ook helemaal niets. Dat laatste gebeurt vaak als er geen of nauwelijks activa in de boedel zitten, die de curator te gelde kan maken. Dat kan bijvoorbeeld omdat de aanwezige activa verpand of verhypothekeerd zijn, bijvoorbeeld aan de bank.

Schuldenregeling buiten faillissement

Voor de gewone crediteur is het derhalve vaak interessanter om een regeling buiten faillissement (minnelijke schuldenregeling) te bewerkstelligen, dan om de schuldenaar failliet te zien gaan, want een resultaat van meer dan 5% van de vordering is dan vaak eenvoudiger te behalen.

 

Meer weten over faillissement of schuldenregelingen? Neem dan contact op.