Buitengerechtelijke schuldsanering

 

In Nederland kan een schuldeiser (nog) niet gedwongen worden om mee te werken aan een buitengerechtelijke schuldsanering. Vrijwillig gebeurt dit soms wel, via een zogenaamde “buitengerechtelijke schuldsanering”. Hierbij kiezen schuldeisers feitelijk eieren voor hun geld door akkoord te gaan met een bepaald percentage van hun vordering, omdat zij bij een anders noodzakelijk volgend faillissement welhaast zeker minder van hun vordering betaald zullen zien.

Bij een dergelijke schuldsanering kan de schuldenaar vaak een bepaald bedrag lenen of als financiering ophalen, waardoor het afgesproken saneringsbedrag betaald kan worden. Die financiering of lening wordt vaak verstrekt onder voorwaarde van doorgang van die sanering. Hierdoor is het bedrijf geholpen, maar ook de waarde voor aandeelhouders behouden, en de bijbehorende maatschappelijk belang van werkgelegenheid veilig gesteld.

Dwarse schuldeiser

Echter, een dergelijke schuldsanering is jegens schuldeisers niet afdwingbaar, waardoor één dwarse crediteur, ongeacht de hoogte van diens vordering, roet in het eten voor bedrijf, voor alle andere schuldeisers, voor de aandeelhouders,  en voor het maatschappelijk belang kan gooien.

Maatschappelijk belang

Om dit ongewenste effect, vanuit het perspectief van continuïteit van ondernemingen, waarbij vooral het maatschappelijk belang gediend zal zijn, te beteugelen heeft het Kabinet vandaag een nieuw Wetsvoorstel ter consultatie aangeboden.

Het Kabinet vindt het ongewenst dat een enkele crediteur met een relatief klein belang, door zijn opstelling een faillissement kan bereiken, waardoor een heel personeelsbestand op straat kan krijgen, waardoor de maatschappij via WW-uitkeringen een veel hogere rekening gepresenteerd krijgt.

Het argument dat dan dus een of meer schuldeisers slechter uit zijn ten gunste van de maatschappij als geheel wordt weggenomen door de waarborg in te bouwen, dat schuldeisers niet gedwongen kunnen worden als het aanbod waarmee zij gevraagd worden akkoord te gaan slechter is dan hetgeen zij bij een faillissement zouden ontvangen. Dit zal voor gewone oftewel concurrente schuldeisers in de praktijk niet vaak het geval zijn.

Wetsvoorstel ter consultatie

De tekst van het Wetsvoorstel Wet Continuïteit Ondernemingen II vindt u hier
Het artikel in het FD van vandaag hierover vindt u hier